Werkwijze

Een advies start altijd met een Adviesaanvraag. De adviesaanvraag wordt nader afgestemd met de adviesvrager en mondt uit in een concrete adviesvraag. Bij deze afstemming zijn een gedelegeerde namens de Advieskamer en het secretariaat betrokken. Indien het beoogde advies ingezet gaat worden bij een beschikkingsprocedure of in regelgevend kader, dan wordt ook het betreffende bevoegd gezag c.q. het Ministerie bij de adviesaanvraag betrokken.

 

Nadat de adviesvraag definitief is gemaakt, wordt een plan van aanpak met tijdstraject opgesteld. Hierin staan onder andere de wijze waarop de Advieskamer de adviesvraag wil beantwoorden, welke type experts er bij worden betrokken en wat de kosten zullen zijn. Het plan van aanpak wordt voorzien van een offerte en aangeboden aan de adviesvrager.

 

Zodra de offerte is omgezet in een definitieve opdracht, zal de Advieskamer eventuele experts inhuren om het advies voor te bereiden. Deze voorbereiding leidt tot een concept-advies dat door de Advieskamer in een definitief advies wordt omgezet.

Tussen het eerste concept en het definitieve advies is een aantal verificatiestappen ingebouwd, onder andere door inschakeling van de experts en de gedelegeerde van de Advieskamer. Ook wordt bij de adviesvrager (en eventueel bevoegd gezag c.q. Ministerie) geverifieerd of het advies voldoet aan de vraagstelling. Dit laatste is uiteraard geen inhoudelijke beoordeling van het advies, maar een procedurele beoordeling: is hiermee naar de mening van de adviesvrager de vraag beantwoord?

 

Versneld traject

Voor de advisering worden twee mogelijke trajecten onderscheiden:

-          een regulier adviestraject met een doorlooptijd van indicatief 20 -24 weken

-          een versneld adviestraject met een doorlooptijd van indicatief 12 – 16 weken

 

De doorlooptijd van een advies is uiteraard sterk afhankelijk van de omvang en complexiteit van de opdracht. Ook is de kwaliteit van de adviesvraag van grote invloed. Hier geldt dan ook een apart traject voor.

 

Bij een versneld adviestraject wordt een aantal stappen uit het reguliere adviestraject overgeslagen. Zo wordt er maar één concept-versie van het advies opgesteld . Ook vindt er geen toetsing op “toereikendheid” plaats van het concept-eindrapport bij de adviesvrager en – indien van toepassing – bij bevoegd gezag of Ministerie.

 

Nadere informatie

Voor nadere informatie over de werkwijze wordt verwezen naar de bijlage II van de Leidraad Advieskamer Stortbesluit.